Omgevingsprogramma Warmtetransitie

Het Omgevingsprogramma Warmtetransitie beschrijft hoe de gemeente de doelen uit de Warmtevisie 2021 in de praktijk gaat uitvoeren. Daarbij staan drie vragen centraal: wat gaan we doen, voor wie doen we dat en hoe gaan we dat aanpakken?

Doelstelling

De doelstelling van het Omgevingsprogramma volgt rechtstreeks uit de Warmtevisie:

“Het aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen (koop en huur) is in 2030 met 30% verminderd ten opzichte van 2021. Waarvan 20% door isolatiemaatregelen en 10% door de overstap van cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp.”

Om deze doelstelling te behalen, is het nodig dat tot en met 2030 jaarlijks ongeveer 2.300 isolatiemaatregelen worden uitgevoerd en circa 500 (hybride) warmtepompen worden geïnstalleerd.

Actielijnen

Voor de praktische uitvoering van het programma zijn negen actielijnen opgesteld. Elke actielijn richt zich op een specifieke doelgroep en de uitdagingen die daarbij horen:

  • Grondgebonden koopwoningen met slechte energielabels;
  • Mensen die te maken hebben met energiearmoede;
  • Eigenaren van woningen met een beschermde status;
  • Verenigingen van Eigenaren (VvE’s);
  • Bewoners van sociale huurwoningen;
  • Bewoners van particuliere huurwoningen;
  • Bedrijven;
  • Gemeentelijk vastgoed;
  • Maatschappelijk vastgoed.

Daarnaast is er een aparte actielijn voor een gebiedsgerichte aanpak. Deze richt zich niet op een specifieke doelgroep, maar op de kenmerken en uitdagingen van de verschillende kernen binnen de gemeente. Zo kan de warmtetransitie aansluiten bij de situatie van iedere kern en haar inwoners.

Invulling

Met de actielijnen en doelgroepen wil de gemeente iedere inwoner van Krimpenerwaard passende ondersteuning bieden bij de warmtetransitie. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen in draagkracht en met de uitdagingen die horen bij specifieke woon- en leefsituaties.

Een terugkerend uitgangspunt binnen het programma is samen profiteren. Het delen van kennis, ervaring en middelen staat hierbij centraal. Daardoor kunnen ook inwoners die geen of minder financiële ondersteuning nodig hebben, gebruikmaken van dezelfde technische ondersteuning, diensten en uitvoerende partijen. Door gezamenlijk op te trekken kunnen bovendien gunstige tarieven worden gerealiseerd dankzij schaalvoordelen.