Spreken en herdenken en niet onverschillig zijn

Dames en heren, 

Het geluid van de beierende klok die klinkt over de stille duinen van de Waalsdorpervlakte. Het is een geluid dat ik me herinner uit mijn jeugd. Buiten is het stil, het gezin voor de buis, het signaal Taptoe klinkt, er volgen twee minuten stilte. En die zware klok luidt, het geluid draagt ver, heel ver over de vlakte, en door onze woonkamer. 
De klok stopt pas als alle mensen langs het oorlogsmonument zijn gelopen……….. Indrukwekkend. 

Dit jaar is het tachtig jaar geleden dat op deze onheilsplek voor het eerst landgenoten werden gefusilleerd. 
 
Toen de klok in 1959 voor het eerst klonk sprak de toenmalige burgemeester de woorden: “De Waalsdorpervlakte heeft met deze klok een stem gekregen die kan vermanen en aansporen, dat de vrijheid een broos en bedreigd bezit kan zijn.

Ook vanavond om 20.00 uur is de klok te horen. En die boodschap geldt nog steeds: We moeten alert blijven op hoe broos en kwetsbaar onze vrijheid is. We moeten blijven spreken over hoe makkelijk die vrijheid ingeperkt kan worden. Zeker nu er steeds minder ooggetuigen zijn die hun persoonlijke verhalen kunnen vertellen. 

De Poolse ( heer) Marian Turski (1926) - een Auschwitz- overlevende verwoordde het vorig jaar tijdens de officiële herdenking van 75 jaar vrijheid zo: “Er zou een elfde gebod moeten komen: ‘Gij zult niet onverschillig zijn. Auschwitz is niet uit de lucht komen vallen’

Spreken en herdenken en niet onverschillig zijn…………..

Terug naar de Waalsdorpervlakte: We schrijven 1941 – 80 jaar geleden. Die vlakte in het duingebied Meijendel tussen Wassenaar en Den Haag was het toneel van de eerste massaexecutie op Nederlandse bodem. Op een koude druilige donderdag – 13 maart 1941 -fusilleerde de bezetter in de duinen 18 mannen. 15 mannen waren lid van verzetsgroep De Geuzen. De overige drie waren ter dood veroordeeld vanwege hun deelname aan de Februaristaking. Na hun arrestatie werden zij gevangengezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Allen worden ter dood veroordeeld. 

Jan Campert schreef over hen het bekende gedicht ‘De 18 doden’.

De jongste van de groep was nog maar 22 jaar. Lekkerkerker George den Boon. Hij ligt op deze begraafplaats begraven.   

George gaat in 1938 vrijwillig in dienst. Zijn bataljon krijgt een dag na het uitbreken van de oorlog de opdracht om per fiets naar Wieldrecht te gaan. Hier stuitten ze op de Duitse bezetter. George en zijn makkers worden krijgsgevangen gemaakt.

Begin juni 1940 worden de mannen vrijgelaten. Ook George komt weer thuis in Lekkerkerk. Hij is woedend op de bezetter. Onderwijzer Leendert Keesmaat vraagt hem om lid te worden van de Vlaardingse verzetsgroep `de Geuzen`. George twijfelt geen moment. De groep kan radiozendamateur George goed gebruiken.  `De Geuzen` groeit uit tot een flinke organisatie. Helaas wordt de verzetsgroep verraden en gearresteerd door de Duitse bezetter. George wordt op zijn 21e verjaardag opgepakt en overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen, het Oranjehotel. 

Toekomst

Vandaag zijn we hier bij elkaar om stil te staan bij alle burgers en militairen die omkwamen of vermoord werden, waar ook ter wereld, sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In oorlogssituaties of bij vredesoperaties.    
    
Steeds minder getuigen kunnen ons vertellen over hoe het leven was tijdens de bezetting. Toen onze vrijheid ook werd ingeperkt. Ligt die gezamenlijke ervaring van 40 -45 er aan ten grondslag dat wij 
Nederlanders vandaag vrijheid zo hoog in het vaandel hebben staan? 

Onderzoek in opdracht van het Nationaal Comité 4-5 mei ism het Sociaal Cultureel Planbureau laat zien dat Nederlanders vrijheid een heel belangrijke waarde vinden. Het is een deel van onze identiteit, lijkt het.

Wat nu – anno 2021 – niet is ingeperkt is de vrijheid om te spreken. En spreken over de vrijheid moeten we blijven doen, zeker nu er steeds minder ooggetuigen zijn. Spreken en herdenken en niet onverschillig zijn.

Ik spreek de hoop uit dat we in 2022 de 77ste Dodenherdenking weer echt samen kunnen meemaken.