Collegeprogramma: inleiding
Samen bouwen aan Krimpenerwaard
In dit collegeprogramma geven wij invulling aan het bestuursakkoord “Ruimte voor elkaar”. De komende jaren staan we voor grote opgaven op het gebied van wonen, zorg, openbare ruimte, economie, duurzaamheid en bereikbaarheid. Tegelijkertijd willen we recht doen aan wat Krimpenerwaard bijzonder maakt: sterke gemeenschappen, een aantrekkelijk landschap, ondernemerschap en betrokken inwoners. Dat vraagt niet alleen om inhoudelijke keuzes, maar ook om een manier van samenwerken die past bij deze tijd.
Onze manier van besturen
Wij kiezen voor een bestuursstijl die open, benaderbaar en samenlevingsgericht is. Het bestuursakkoord is bewust op hoofdlijnen opgesteld. Daarmee is ruimte gelaten voor de gemeenteraad, inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en samenwerkingspartners om mee te denken over de uitwerking. Niet alles ligt vooraf vast. Wij willen bouwen aan vertrouwen, ruimte geven aan goede initiatieven en keuzes maken die uitlegbaar zijn.
Dat betekent dat wij meer investeren in het gesprek aan de voorkant. Niet pas wanneer plannen klaar zijn, maar juist wanneer keuzes nog gevormd worden. We willen luisteren naar signalen uit de samenleving, dilemma’s vroeg bespreken en helder zijn over verwachtingen, rollen en verantwoordelijkheden. Participatie is daarbij geen doel op zich, maar een manier om tot betere besluiten te komen.
Samenwerken vanuit gedeelde verantwoordelijkheid
De uitdagingen waar we voor staan zijn te groot om alleen vanuit het gemeentebestuur op te lossen. Woningbouw, bestaanszekerheid, bereikbaarheid, verduurzaming, een gezonde leefomgeving en een vitaal buitengebied vragen om samenwerking tussen inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, partners en overheden. De rol van de gemeente verschilt daarbij per opgave. We geven richting of nemen de regie, verbinden en ondersteunen waar nodig en bieden ruimte aan initiatieven uit de samenleving.
Daarbij bouwen we voort op de kracht van de samenleving. Krimpenerwaard kent een rijk verenigingsleven, veel vrijwilligers en sterke gemeenschappen. Die kracht willen we behouden en versterken. We hebben vertrouwen in initiatieven vanuit de samenleving en kijken nadrukkelijk naar wat wel mogelijk is. Tegelijkertijd zijn we duidelijk over de grenzen van wat de gemeente kan doen en wat inwoners en organisaties van de gemeente mogen verwachten.
Meer gebiedsgericht werken
Niet iedere kern is hetzelfde. Opgaven, kansen en behoeften verschillen per stad, dorp en buurtschap. Daarom willen we meer gebiedsgericht werken. We kijken naar de identiteit en kenmerken van een gebied en zoeken samen met inwoners en partners naar oplossingen die daarbij passen.
Dit vraagt ook iets van onze manier van organiseren. We houden oog voor wat er leeft in onze kernen en wat inwoners in de praktijk ervaren. Vanuit die kennis verbinden we beleid en uitvoering en werken we meer over beleidsvelden heen. Zo kunnen we kansen vanuit een gebied of gemeenschap beter benutten en voorkomen we dat oplossingen los komen te staan van de lokale werkelijkheid.
Van akkoord naar uitvoering
Het bestuursakkoord geeft richting op hoofdlijnen. Dit collegeprogramma vertaalt die richting naar ambities en inspanningen voor deze bestuursperiode. Daarbij bouwen we voort op bestaand en vastgesteld beleid, versterken we wat extra inzet vraagt, starten we nieuwe activiteiten waar dat nodig en haalbaar is en verkennen we onderwerpen waarover nog nadere keuzes nodig zijn.
Bij alles wat we doen werken we vanuit dezelfde grondhouding: vertrouwen, menselijke maat, samenwerking, zorgvuldig gebruik van publieke middelen en realisme over wat uitvoerbaar is. We geven onze ambities vorm binnen een solide financieel beleid, met oog voor uitvoerbaarheid, beschikbare middelen en veranderende omstandigheden. We blijven daarbij steeds de vraag stellen wat nodig is en wat werkt voor Krimpenerwaard
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgen acht inhoudelijke hoofdstukken. Ieder hoofdstuk begint met de hoofddoelstelling en de ambities voor deze bestuursperiode. Daarna beschrijven we de inspanningen waarmee we aan deze ambities werken. Daarbij maken we onderscheid tussen doorgaan, versterken, nieuw en verkennen. Zo wordt zichtbaar wat we voortzetten, waar extra inzet nodig is, welke nieuwe activiteiten we starten en waar eerst nader onderzoek of bestuurlijke afweging nodig is.
De hoofdstukken moeten in samenhang worden gelezen. Opgaven beperken zich niet tot één beleidsterrein. Woningbouw raakt bijvoorbeeld ook bereikbaarheid, voorzieningen, duurzaamheid, de leefomgeving, financiën en de capaciteit van de organisatie. Bij de uitvoering zoeken we daarom steeds naar verbinding tussen de hoofdstukken en naar kansen om activiteiten te combineren.
Hoofdstuk 9 sluit het programma af en beschrijft hoe we omgaan met veranderende omstandigheden, financiële ruimte en uitvoerbaarheid. Het collegeprogramma is geen statisch document, maar een dynamisch programma. Via de reguliere planning- en controlcyclus houden college en raad zicht op de voortgang en bepalen zij welke bijstelling nodig is om de koers realistisch, verstandig en effectief te blijven uitvoeren.